Free at last

Free at last

Als er een regel is waar je je tijdens het schrijven aan moet houden is het wel; show, don’t tell. Vertaald in het wat simpelere Nederlands: laat door acties, reacties en dialoog zien en begrijpen wat er gebeurd en hoe je karakters in elkaar zitten plaats van hun CV op te dreunen. Vanaf het prille begin dat ik met mijn boek begon las ik het werkelijk overal. Show, don’t tell. Het werd me van alle kanten ingeprent. Als ik op Pinterest zocht naar ‘writing tips’ konden er geen twee pins voorbijgaan voor het me weer op het hart gedrukt werd. Show, don’t tell.

Het gevolg; ik probeerde werkelijk alles te laten zien en gaf amper iets weg door te vertellen. Te weinig blijkt achteraf. De eerste hint kwam toen ik mijn draft voor het eerst aan iemand liet lezen en wel aan mijn moeder. Enorm bevooroordeeld natuurlijk, maar wat ze na het lezen van de eerste paar hoofdstukken als feedback gaf was iets wat ik ergens diep van binnen wel wist. Doordat ik zo weinig weggaf, was een van de belangrijkste essenties van mijn verhaal verre van duidelijk. Met wat kleine aanpassingen, een zin hier en een paar woorden daar kon ik dat gelukkig redelijk gemakkelijk oplossen.

Toch bleef er nog iets knagen. Een missend puzzelstukje of zoiets. Tot ik afgelopen week eindelijk weer eens een boek van de plank pakte om een paar hoofdstukken te lezen. Normaal gesproken ‘kan’ ik dat niet: iets anders lezen terwijl ik mijn eigen verhaal schrijf, althans dat dacht ik. Maar na een bladzijde of tien in Eve van Anna Carey, een van mijn favoriete series, klikte er iets.

Mijn streven naar het perfecte show, don’t tell boek verbood mijn main character min of meer om gedachtes te hebben, een mening, innerlijk conflict. Bang dat het niet goed of veel te veel zou zijn in de ogen van al die professionele auteurs en ervaringsdeskundigen die over mijn schouder leken mee te kijken verloor ik mijn eigen stem. Dit is mijn verhaal en het miste wat ik juist wil lezen.

Het werd me nog duidelijker toen ik mijn draft opende en verder ging met schrijven vanuit mijn hart. Niet dat ik dat daarvoor niet deed, maar nu vloeide het uit mijn vingers. Wat ze denkt, wat ze voelt, hoe zij de wereld om haar heen ziet en ervaart; ik gooit het er allemaal uit! Ja ja, uiteraard wel binnen de grenzen van het machtige show, don’t tell 😉 Het klinkt misschien vreemd dat ik het pas zo laat in het proces ervaar, maar beter laat dan nooit. Ik ben er blij om. Opgelucht zelfs. Ik voel minder druk, bevrijd van de regel die ik mezelf had opgelegd. Het geeft me vertrouwen dat de dag zal komen dat ik mijn verhaal zal lezen en voelen: zo is het goed, nu is het af.

Ben ik wel goed genoeg?

Ben ik wel goed genoeg?

Ik vraag het me regelmatig af. Ben ik wel goed genoeg om een boek te kunnen schrijven?

Een journalistieke of andere schrijfvaardige achtergrond heb ik niet. Ik heb geen opleiding gevolgd, geen cursus gedaan. Mede daardoor staat mijn huidige draft ongetwijfeld vol schrijffouten, want d-tjes en t-jes, daar ben ik nou eenmaal niet zo heel erg bedreven in.

In de loop der jaren heb ik een Pinterest bord vol tips en tricks verzameld met artikelen zoals ‘how to write realistic dialogue’ en ‘must do’s for believable characters’, maar eigenlijk word ik er best wel onzeker van. Bij elke alinea die ik schrijf vraag ik me af of ik me wel voldoende aan de ‘regels’ houd. Zo werkt het natuurlijk niet. Je vraagt je tijdens het fietsen ook niet af hoe je je voeten op de pedalen moet zetten of hoe hard je moet duwen, je doet het gewoon. Er zullen altijd dagen zijn dat het zwaarder gaat, dat je meer tegenwind hebt en er geen einde aan lijkt te komen. Maar als je niet schrijft kom je ook niet vooruit.

Dan is er nog het advies om tijdens het schrijven evenveel te lezen, het liefst in je favoriete genre. Hoewel ik begrijp dat zoiets je kan inspireren hoor ik het stemmetje in mijn achterhoofd al fluisteren: “zo goed ben je bij lange na niet”  Het helpt niet mee dat ik wat mijn creatieve uitspattingen betreft een ongelooflijke perfectionist ben. Het resultaat? Een soort mentaal gevecht. Ik weet precies wat ik wil zeggen, alleen hoe krijg ik dat zo goed mogelijk op papier? Hoe word zoals ik het wil? En wanneer ben ik tevreden?

Gelukkig ben ik niet de enige die worstelt met onzekerheden en vraagstukken als deze. Ik kwam erachter dat zelfs de beste schrijvers van de wereld die miljoenen boeken verkocht hebben hun eigen werk in eerste instantie afzichtelijk vonden. Dat geeft in iedere geval wat hoop 😉

Toch ben ik er ondanks alles van overtuigd dat jij en ik ook een goed boek kunnen schrijven. Natuurlijk moet je de Nederlandse taal goed beheersen, maar het hebben van een grote fantasie en verbeeldingskracht is net zo belangrijk. Je moet een dromer zijn, en een verteller. Je moet als het ware in het verhaal duiken en er niet meer uit kunnen komen. En dan? Dan ga je schrijven. Het zal nooit helemaal vanzelf gaan, en de onzekerheden blijven af en toe nog steeds de kop opsteken, maar als je je hart laat spreken kom je een heel eind.