Een schriftje vol gedichten

Een schriftje vol gedichten

In mijn vier jaar op de middelbare school, een eeuwigheid geleden, had ik een leraar Nederlands die me ooit zei dat ik later best nog wel eens een boek zou kunnen gaan schrijven. Dat hij gelijk heeft gekregen heb ik hem vorige week persoonlijk verteld. Via Facebook stuurde ik hem een berichtje waarin ik ook vroeg of hij het eerste deel van mijn boek zoals het nu is zou willen lezen en zijn feedback zou willen geven en ik kreeg dit ontzettend leuke antwoord terug:

 

We gaan binnenkort zeker een keer die kop koffie drinken en natuurlijk ben ik heel erg benieuwd (en stiekem ook wel een klein beetje nerveus) wat hij ervan vindt. #tobecontinued

Door deze berichten moest ik ineens weer denken aan de gedichten die ik schreef als tiener. Ik ben een van de verhuisdozen in mijn washok ingedoken en vond het vergeelde schriftje zonder kaft vrij vlot en het leek me leuk een paar gedichten met jullie te delen!

Dit gedicht schreef ik in een periode dat we het op school over de Tweede Wereldoorlog hadden.

Een van de boeken die een ontzettende indruk op me maakte als puber zijnde was/is Al het water van de zee van Greet Beukenkamp. Het onderwerp is nog steeds actueel; pesten. Naar aanleiding van het verhaal schreef ik dit gedicht.

Terwijl ik deze foto’s upload besef ik me dat ze alle drie wel behoorlijk depressief zijn 😅 Waar deze laatste precies over gaat weet ik eerlijk gezegd niet meer, maar vrolijk is ‘ie niet!

Na de middelbare school heb ik eigenlijk geen gedichten meer geschreven, maar als ik dit schriftje doorblader ben ik toch wel trots op en blij dat ik het bewaard heb.

40000 woorden en de Twijfel Top 3

40000 woorden en de Twijfel Top 3

Afgelopen zondag tikte de teller links onderin mijn beeldscherm de 40000 woorden aan. *pops champagne bottle* Ik ben mijn eerste draft nog steeds aan het editen en ergens halverwege het verhaal, dus als ik gestaag zo doorga ga ik het aantal benodigde woorden voor een flink boek sowieso behalen. Niet dat ik me dagelijks of wekelijks bezig houdt met dat aantal trouwens. Net als dat ik nooit op de weegschaal sta, ik heb er niet eens een, vind ik die cijfertjes niet zo belangrijk. Ik schrijf ik op intuïtie en dat zal ik blijven doen tot mijn gevoel zegt dat het goed is. De perfectionist in mijn zegt dat het nog wel even gaat duren 😉

In de tussentijd proberen de twijfels in mijn hoofd me af te leiden en het zijn er minstens zo veel als het aantal woorden. Om deze blog iiiiiiiiets korter te houden vat ik het samen in mijn huidige: 

Twijfel Top 3

  1. Mijn karakters, een in het bijzonder, dreigt een karikatuur te worden.

Althans, dat denk ik ineens nadat ik zondagavond met een mede-schrijfster (het is niet jouw schuld hoor Ismay! ;-)) op WhatsApp zit en zij me feedback geeft over een van mijn hoofdstukken die ze gelezen heeft. En als het eenmaal in mijn hoofd zit kan ik het niet anders meer zien. Ik ga er mee naar bed en ik sta er maandagochtend mee op. Om 07:30 zit ik rechtop in bed en lees een artikel dat ‘how to avoid one-dimensional characters’ heet. De rest van de dag doe ik mijn best om er niet te veel over te piekeren (en faal gigantisch) en krabbel wat notities over de backstory van het bewuste karakter op een blaadje. ‘s Avonds ben ik er al iets geruster op en besef ik me dat het misschien toch wel meevalt.

 2. Is ze melodramatisch?

Als emotionele doos is het niet verrassend dat de vele emoties die een mens kan ervaren zeer regelmatig in mijn verhaal voorkomen en dat ik het ook leuk (voor zover eenzaamheid, verdriet en afwijzing leuk is) vind om te schrijven. Maar wat is te veel? En wanneer is dat? De precieze aanleiding weet ik niet meer, maar ineens kreeg ik het benauwd. Wat als Lya, mijn hoofdpersonage, een melodramatische figuur is zwelgt in zelfmedelijden? Puntje om hierbij te vermelden is dat het wel bij de sfeer van het eerste deel van mijn verhaal past. Anyway…. de lijn tussen emotie en overkill is heel dun en er gaat vast nog flink wat editing tegenaan voor ik er tevreden over ben.

 3. Het moet kloppen!

Ik ben nu op een punt in mijn boek, een specifiek hoofdstuk, wat heel bepalend is voor het plot. Misschien durf ik wel het meest belangrijke hoofdstuk te noemen. En dus moet alles tot in detail kloppen. Wat ik niet wil is dat de mensen die het ooit lezen met hun ogen rollen en ‘yeah, right’ roepen. Dus Google ik me suf naar oorzaken en gevolgen en heb zelfs de hulp van een deskundige op het gebied van biologie ingeroepen. Want wat er ook gebeurd: realistisch zal het zijn!